Gisteravond had ik een paar vriendinnen in huis. Op een gegeven moment kwam het gesprek op liedjes uit onze puberteit (jaren ’90). Ik moest toen toegeven dat ik het hele happy hardcore gebeuren in 2 Havo reuze interessant vond. Vooral eigenlijk omdat ik de kinderen die daarvan hielden, erg cool vond. Dat waren de kinderen die in de pauze stonden te roken in het park bij onze school, ’s avonds al naar feesten mochten op hun 14e en op scooters reden. Alles waarvan mijn ouders ’s nachts wakker zouden liggen als ik dat zou doen. Oja, en ze hadden allemaal Nike Air Max. De schoen die in deze tijd door iedereen gedragen kan worden, jong en oud loopt ermee. Maar toen niet. De Nike Air Max hoorde echt bij de groep die ik hierboven beschreef. Was je een beetje alternatief, liep je daar echt niet op, maar waren zware zwarte kisten the bomb. Ik wilde natuurlijk ook Nike Air Max, maar dat mocht niet van mijn ouders. Jammer voor mij dus.

Terwijl ik deze blog schrijf, schalt “Million Miles from home” van Dune door de speakers. Kippenvel! Het roept toch hele mooie herinneringen op. En tegelijkertijd vliegt mijn eigen puberteit aan mijn gedachten voorbij. Ik heb een paar fases doorlopen: eerst wilde ik bij de gabbers horen, daarna half bij de “alto’s” en in mijn eindexamenjaar was ik enigszins gestabiliseerd en leek ik het meest op mezelf. Wat gebeurt er toch veel in een puberleven. Naar school gaan is vooral een sociale aangelegenheid, een plek waar je je kan spiegelen aan anderen en kan ontdekken wie je bent.

In 3 Havo was ik uitgekozen om in de Raad van Elf plaats te nemen. Ik zat op een katholieke school en daar vierden we dus carnaval. We hadden een afgesloten Raadshok onder de trap in de aula en daar zaten we elke pauze met z’n elven. Stuk voor stuk alternatieve jongens en meisjes, met die zwarte kisten aan en wijde broeken. Ze rookten bijna allemaal en in het Raadshok (eigenlijk was het een soort hol) stond ook gewoon alcohol. Wijn, bier, sterke drank. Achteraf hilarisch natuurlijk. Welk puberbrein kan dat in godsnaam weerstaan??! Nou dat van mij dus niet. Ik heb op mijn 15e minstens 1 keer aangeschoten in de les gezeten. Dat kan tegenwoordig niemand meer zeggen (en dat is maar goed ook), maar het was wel leuk! Onder invloed van mijn Raadsleden werd ik ook een beetje alternatief, kocht paarse Dr. Martens onder mijn Levi’s spijkerbroek en hoodie (want dat kon). En ik luisterde weinig meer naar Dune en DJ Paul Elstak, dat werd tijdelijk Metallica en Greenday.
Ik identificeerde me eigenlijk nooit echt helemaal met een bepaalde groep en de gedrags- en kledingcodes die erbij hoorden, maar ik experimenteerde wel met deze twee groepen en alles wat erbij hoorde. Uiteindelijk was ik toch gewoon dat hooggevoelige meisje dat zich anders voelde dan de meeste anderen en zich een weg door het leven baande om uit te zoeken waar ze bij hoorde.

Mijn verhaal is helemaal geen uitzondering. Ik zie dat alle pubers deze weg bewandelen. Hun eigen weg. Ze vinden uit bij wie ze willen horen, komen erachter dat ze er eigenlijk helemaal niet bij horen, ze zijn daar verdrietig over, ze worden regelmatig gekwetst of buitengesloten, ze voelen zich met periodes alleen, willen niet meer altijd bij hun ouders terecht maar praten liever met vriendinnen en vrienden, of ze praten helemaal niet. Ze gaan zich schamen voor hun ouders, willen later vooral alles anders doen dan zij, en broers en zussen zijn ook maar irritant. Ze willen met rust gelaten worden.

Voor veel ouders is dit een lastige periode. Je kind verandert ineens heel snel en soms lijkt het alsof je een totaal ander kind hebt. Voor kinderen is dit al lastig, maar zij nemen het leven nog meer met de dag. Ouders maken zich zorgen en stappen in de valkuil om het contact goed te willen houden door aan hun pubers te gaan trekken, dingen van ze te vragen die ze niet willen of kunnen, krampachtig gezellige momenten te creëren en ga zo maar door. Niet doen. Je verliest echt het contact, ik zie het zo vaak gebeuren. Het is het allerbelangrijkst dat je puber het mag doen zoals hij wil, dat je vanaf de zijlijn wat tips en tricks meegeeft, maar niet te obvious. Dat je je kind niet gaat behoeden voor fouten en verdriet en teleurstelling, want daar moeten ze mee leren omgaan. Dat gebeurt niet als je alles voor bent om, goedbedoeld, je kind te behoeden voor deze emoties. Wil je kind tot 4.00 uur ’s nachts op stap en vind je dit echt te laat? Ga dan in gesprek, leg uit waarom je dit te laat vind, en ga in overleg. Zoek een compromis. Het kan niet meer helemaal gaan zoals jij wil, je kind ontwikkelt een eigen identiteit en dat kan een hele andere zijn dan die van jou en waar je misschien op had gehoopt of had gerekend. Pubers hebben de nabijheid van hun ouders echt nog nodig, ook al gedragen ze zich niet altijd zo. Maar je moet het anders vormgeven: ik ben er voor je als je me nodig hebt, en zo niet dan niet. Dat vind ik de mooiste uitspraak die ik ooit gehoord heb en is sindsdien mijn motto in de opvoeding van mijn kinderen. Het gaat over loslaten in verbinding. Een hele uitdaging, maar absoluut voor iedere ouder haalbaar.

Wil je dit ook leren of herken je jezelf en je kind in bovenstaande? Gaat het niet meer vanzelf en zit je kind niet lekker in z’n vel? Gaat het hem of haar boven de pet en wil je kind de puberteit zo stabiel mogelijk doorkomen? Bel of mail me dan voor een gratis inzichtsessie: info@bijannecoaching.nl of www.bijannecoaching.nl/jongerencoaching